woensdag 28 oktober 2026

Vaux-lès-Palameix en Vauquois - 23 en 24 oktober 2026

De dag begint vroeg, we spreken af om 10 uur met Marij & Louis bij Vaux-lès-Palameix. De hele rit rijden we in de stromende regen maar tegen 10 uur is het helemaal droog 😊. We hebben dan bij Luik alweer een prachtige omleiding achter de rug waar we wel de weg af moeten maar er niet wordt aangegeven hoe het dan verder moet. 

Marij & Louis rijden net voor ons en we komen tegelijk aan bij het verzamelpunt. Daar staan nog 4 auto’s met een stuk of 10 Nederlanders klaar om de bossen in te trekken. Compleet met metaaldetector (...) en soort wagentje, op mini-traktor banden, dat diep in stollen of tunnels kan rijden en met een camera kan rondkijken.

Super leuk dat er meer geïnteresseerden zijn maar gelukkig zien we hen daarna niet meer in de bossen. Dat is toch ook een deel van de charme van het wandelen in de bossen rondom Verdun, je komt er geen kip tegen. Niet in de bossen en op de landweggetjes ook bijna niet.

De bossen hebben overigens bij lange na niet de mooie herfstkleuren van vorig jaar dezelfde tijd.



In de eerste wereldoorlog liep de frontlijn min of meer halverwege, dwars, over de Tranchée de Calonne waarbij het noordelijke deel in Franse handen was en het zuidelijke deel in Duitse handen. Dit gebied bevindt zich aan de noordkant van de St. Mihiel salient. 

Met name in 1914 en 1915 is hier stevig gevochten, en in 1918 wederom. Beide partijen hadden in de bossen hun kampen opgeslagen en daarvan getuigen nog diverse stellingen, bunkers etc. Totdat de Slag om Verdun plaatsvindt zijn hier vooral Beierse regimenten gelegerd. 

We beginnen de wandeling met een bunker  met een inscriptie van het Kon. Bay. 8e Inf. Reg. De inscriptie is met het blote oog moeilijk te lezen, het is in het beton gekrast en met strijklicht van een zaklamp kunnen we de tekst lezen. 















 

 

 

 

 

 

Er staat in de bovenste regel iets onleesbaars, iets met Bayer..

Daaronder Die Erbauer, waarschijnlijk onder leiding van Pionier Hohmann. En dan links Gefreiter Simon en Günthert, Inf. Eichtfelder, Bold, Thies (?) en Lupp. Zij behoren tot het M.G.K 8 IR, het Machine Gewehr Kompagnie van het 8e (Bayerische) IR. Rec hts daarvan staan de namen van Unteroffizier Schneteler (?) en Schütze Jungst, Shier (?), Kerstten, Büng. Zij zijn van het F.M.G.A. 13, Festungs Maschinen Gewehr Abteilung 13. En tenslotte 1915.

Het gebied eromheen is vol diepe loopgraven en stollen. En af en toe een bunker.








 










 

Niet veel verder zien we een soort betonnen paal met daar omheen metaal. Het lijkt op een affuit voor een draaibaar machinegeweer of licht kanon oid.
















Weer iets verder staat een denkmal van ook weer het KB8IR.

Op het denkmal staat:

Für’s Vaterland starb am 19.10.15

Resv P DEDLOFF

Resv B NIEDERHOFER

Ers Res Willi MUT

Ers Res PH HAUSSER

Ers Res FR JECKEL

3 K 8 BIR

Achterin de regimentsgeschiedenis van het KB8IR  staan de namen zoals vermeld op het denkmal:






















We lopen langs een steiler ravijn. In dat ravijn zien we een Duitse bunker zonder dak liggen. Niet afgemaakt? Ontploft? We zitten volgens de loopgraafkaarten in de omgeving van het voormalige Duitse 'Knobelswerk'. In de wand van de helling zien we stollen, al dan niet van beton voorzien.
















We vinden een voormalige begraafplaats. Je ziet nog een betonnen steen met een metalen pin om een hek op te klikken. Een stuk gebeeldhouwde steen. Verder zie je op het eerste oog niet veel bijzonders. Maar als je beter kijkt zie je zo’n 3 rijen liggen met elk zo’n 5-10 graven in de aarde uitgegraven. Je ziet de gelijkmatigheid van de gaten , een vaste structuur. Dit is niet door de natuur gemaakt. Helaas heeft Marij (nog) geen informatie over deze voormalige begraafplaats kunnen vinden.


















We lopen verder langs het pad vol met stollen. We komen aan bij het denkmal van het Kon. Reg. 4e Inf. Reg. In 2017 weer zoveel mogelijk in oude staat gerestaureerd door Denis Mellinger. Ligt er schitterend bij hier in de bossen.

Mooie lunchplek. Ondertussen begint het wat te regenen. Maar het weer valt niet tegen, zeker gezien de storm die er deze dag over Nederland raast. De rest van de dag zal het af en aan droog zijn of een beetje regenen.









 

 

 

 

 

 

 

 

 

Langs het pas veel sporen van een voormalig kamp. Je hoeft er alleen nog een dak bij te denken.

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 v

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We komen langs een bunker. De bewoner slaapt rustig door.







 














En dan komen we aan bij een plek die waarschijnlijk ook een begraafplaats is geweest. Je ziet een sokkel met daarop geplaatst resten van oude grafstenen. Je ziet nog weinig sporen van de begraafplaats. Met een beetje inlevingsvermogen zie je nog een niet natuurlijke structuur van een paar graven liggen.
















We zijn vlakbij de weg en hier wacht Louis op ons met de auto. Ik rij met hem mee naar mijn auto en Marij en Wim lopen alvast een stukje door naar de Cimétière du Polonais. Vlakbij de auto worden Louis en ik staande gehouden door een lokale boer. Hij is nieuwsgierig, hij heeft 6 Nederlandse auto’s op de parkeerplaats bij het bos zien staan. Leg dan maar eens uit dat je 2 groepen bent en niet 1 hele grote groep. Hij wil weten of we bodemresten zoeken. En verkopen op het internet. Hele wandelingen worden verkocht op het internet zegt ie. Van dat laatste had ik geen weet (ik zal eens gaan zoeken). Al met al was het een leuk gesprek en hij was heel vriendelijk. Wij zo goed en kwaad als kan in het Frans wat proberen uit te leggen en uiteindelijk vond hij het prima zo. De auto gehaald en terug naar Marij en Wim. Daar aangekomen blijkt dat ik mijn petje uit de auto heb laten vallen. Ik weer terug. Geen boer meer deze keer. Maar ik heb blijkbaar wel over mijn eigen petje gereden 😊. Afijn, dat zeiknatte en modderige petje een beetje afgeslaan en toch maar weer opgezet.

Dan de begraafplaats met Polen, van de 1. Feldkomp. Pionier Bataillon \.5. Duitsers uit Silezië, toen behorend bij Duitsland maar blijkbaar voelden zij zichzelf Polen. Het ligt aan de rand van de weg, je ziet het zo liggen. Mooi, die oude grafstenen her en der verspreidt.



 










 

Even verder de hoek om ligt de begraafplaats van Von Courbière. Hier hebben meer dan 500 soldaten gelegen van o.a. de 17 Grenadier Kompanie. Best groot. Ooit helemaal overwoekerd en niemand wist dat daar een begraafplaats lag. Inmiddels wordt het bijgehouden en is er een informatiebord geplaatst. De graven zijn verplaatst naar de begraafplaatsen van Troyon en Viéville. Er staan nog een aantal oude grafstenen.


















Met de auto gaan we een stukje verder langs de Tranchée de Calonne en stoppen bij een grote bunker van het 44 Artillerie Kommandatur, ARKO. Boven de grond zien we 2 ingangen, waarvan 1 wederom met inscriptie. Ook deze inscriptie is ingekrast en alleen met strijklicht goed te lezen. Er staat:

Erbaut Stab 1/44

Sommer 1917

18 10 1917 Paasch 8/44

Onder de grond blijkt het een grote bunker te zijn met diverse kamers. Volgens een oud kaartje van Frederic Radet op het Franse forum zou het gaan om een Verbandsplatz. Later wordt dit gecorrigeerd naar een commandopost.


















De wandeling met Marij eindigt bij de herinnerings denkmal voor de 3 soldaten van de 10 Kon. Bay. Inf. Reg. De Ahorn-Kreichauf herinneringssteen. Ahorn en Kreichauf (2 soldaten) zijn gesneuveld tijdens de gevechten in september 1914 aan de Côtes Lorraines. 
















We nemen afscheid van Marij en Louis (en Bobby). Bij het afscheid krijg ik van Marij een schitterend fotoboek ‘Vosges 1914-1918’. Een fotoboek uit 2026 van Emmanuel Dubail en Nicolas Daubigney, waarvan de 1e een bekende is van Marij. Kwalitatief echt goede foto’s. Beide heren wonen waarschijnlijk in de buurt want alle foto’s zijn met een mooi zonnetje gemaakt.

Bij het terug rijden komen we langs een monumentje (daar tjoept het ervan langs de Tranchée de Calonne) en een klein, mooi gelegen Frans kerkhofje in Saint-Remy-la-Calonne. Geen gigantische dodenakker. Veel inconnu’s, van de 203 soldaten zijn er slechts 83 wél bekend bij naam.

































Tenslotte het monument ter herinnering aan de gesneuvelden van het 54e R.I. uit 1914-1915.











We rijden naar het B&B Hotel in Verdun en pakken ons welverdiende pintje. Binnen, want het begint nu harder te regenen. Daarna ouderwets weer naar de Buffalo Grill en op tijd weer naar bed. Lange dag geweest.



 













 

De volgende dag starten we met een ontbijtje in het hotel. Even de tv in de gaten houden wat voor acties er gepland staan. Gaan de gele hesjes weer rotondes bezetten? Net als in 2018 toen zij voor de eerste keer actie voerden.Toen zaten we midden in de 1e actiedag. Dat kostte ons heel wat tijd om thuis te komen.

Maar het blijkt enorm mee te vallen. Vorige week is er flink huis gehouden door relschoppers zodat Macron de politie uit het hele land heeft opgetrommeld, met wat extra legereenheden er bij. Wij zullen er de hele dag niets van merken.

We rijden Verdun uit en komen langs de Citadel. Even fotootje maken. We parkeren de auto naast het Musée des Poilus de Verdun – Musée du Poste de Garde.

We fotograferen de standbeelden en de Citadel. Caulaincourt staat er ook tussen. De beelden waren oorspronkelijk bedoeld om de straten van Parijs te sieren maar zijn in de 60-er jaren naar Verdun verplaatst.



 






















We gaan het kleine, voor ons nog onbekende museum in. Je komt een koffiezaak binnen met aan de linkerkant een museumshop. Ze vragen of we een duo ticket willen met de Citadel hier tegenover. Ja prima, we kunnen gelijk door naar de overkant. We zijn vroeg en dat is maar goed ook. Er mogen maar 10 personen tegelijkertijd in het 7 kilometer lange ondergrondse tunnelstelsel van de Citadel. Het is modern en nieuw opgezet, een augmented-reality tour in karretjes op rails. Je volgt een paar soldaten in 1916 door middel van hologrammen, film- en geluidfragmenten. Echt mooi gedaan. Aan het einde van de tour krijgt de rondleiding een wel erg chauvinistisch karakter. Op een moment zag Wim even niks meer door de AR bril en ik op het laatst niet meer. En dan is het een donker (en koud, 8 graden) gangenstelsel. Maar een leuke ervaring is het zeker. We reden helemaal alleen door de tunnels in ons karretje.






 


















Dan voor de kers op de taart, het Musée du Poste de Garde, ofwel Les Poilus de Verdun. Wat is dat een mooi museum zeg! Het museum is opgericht in 2023 door, en met de privé verzameling van, Camille Tridon. Het hele museum draait om de mens, de soldaat. De eyecatchers zijn de schetsboeken van kunstenaar/soldaat Michel Dupré. Samen met de foto’s van zijn strijdmakker Pierre Brancher van het 324e R.I. hangen de schetsen door het hele museum heen en vertellen zij hun verhaal. Leuk om de foto’s te zien en dan eenzelfde soort schets er naast. De tipi’s bijvoorbeeld waar de Franse soldaten in bivakkeerden. Nooit geweten. Als je die tipi’s ziet begrijp je wel waarom er van de Franse kampementen zo weinig is overgebleven 😊.

Veel gebruiksvoorwerpen. Ik zie voorwerpen die ik zelf ook heb terugkomen in het museum, de pijp, het sigarettenblikje, het scheermes, het blikje voor de tandpasta.

Ernaast een klein winkeltje en een horeca gelegenheid. Echt een top museum. Na het sluiten van het museum in La Targette en Romagne 14-18 kan ik dit nieuwe initiatief alleen maar toejuichen.

Hoe Camille aan de schetsboeken is gekomen, en het belang ervan onderkende, kun je lezen op de website van het museum. Frederic Radet, bevriend met Camille, speelde hierin ook een rol. Camille had de schetsboeken, Frederic had de CD met foto’s gekregen van de kleindochter van Pierre Brancher. En Frederic zag de overeenkomsten.

Trois carnets exceptionnels

Il y a une dizaine d'années, David Kittler, un ami collectionneur, souhaite acquérir une de mes pièces rares, une chaufferette pour mitrailleuse allemande (boîte chauffante pour éviter le gel de l’eau du refroidisseur). Il me propose de l'échanger contre n'importe quelle pièce de sa collection. J'accepte et je choisis de récupérer trois carnets contenant de magnifiques dessins qui appartenaient à un poilu, Michel Dupré, et que David avait achetés chez un antiquaire nancéien.

​Un heureux hasard

Quelques années plus tard, un autre ami, Frédéric Radet, passe me voir dans ma boutique de militaria. Son regard tombe alors sur des photocopies de dessins de Michel Dupré qui traînent sur mon bureau.
« Ça me parle, me dit-il.

– Comment ?
– Ces dessins, ça me parle. Ça me fait penser à des photos que m'a montrées une dame. Elle recherchait les lieux où son grand-père était passé et avait pris de nombreuses photos pendant la Grande Guerre. Je les ai d'ailleurs, elle m'a laissé un CD... »
Immédiatement, Frédéric va chercher le CD. Nous nous apercevons très vite que Michel Dupré et le grand-père de la dame, Pierre Brancher, appartiennent au même régiment d'infanterie, le 324e, et que beaucoup de photos correspondent aux dessins. Nous découvrons même un portrait du dessinateur !

​Un puzzle de plus en plus complet

Peu après cette découverte, l'idée d'utiliser les photographies et les dessins pour le musée fait son chemin. Ariane Ramelet, la petite-fille du photographe Pierre Brancher, me prête très gentiment les originaux des clichés. Je récupère également les Journaux des Marches et des Opérations (JMO) du 324e RI qui permettent de connaître la vie du régiment au jour le jour. Les archives de la Mayenne me fournissent aussi des photographies et des informations sur le départ du régiment de Laval en août 1914. Toutes les pièces sont rassemblées : je peux suivre chronologiquement le trajet des deux hommes pendant la guerre. Je tiens là l’idée directrice du musée.

Als je in de buurt bent is dit museum zeker een aanrader!


 































Na de koffie naar de Butte de Vauquois. Ik ben er in 2010 eens geweest. Tijd voor een revisit. Topsite. Een van de hoogte- cq dieptepunten van de eerste wereldoorlog. Bizar en gruwelijk tegelijkertijd. Een hele top van een berg weggevaagd.

In 1914 werd deze strategische hoogte bezet door de Duitsers. In februari/maart 1915 wisten de Fransen de zuidhelling te heroveren, maar de Duitsers niet te verjagen van de noordhelling. Beide partijen graven kilometers aan tunnels en laten tussen 1915 en 1918 wel 519 mijnen ontploffen. De hele top weg, met het dorp dat op de heuvel stond er bij. Nu is het een maanlandschap met kraters. Op dit kleine stukje land werden zo’n 14.000 soldaten vermoord.

Op bepaalde zondagen in de maand kun je rondleidingen krijgen in de tunnels. Op alle overige dagen kun je er vrij rondlopen van de Franse naar de Duitse kant, over de kraterranden heen.

Onwerkelijk. En ook hier weer goed bewaard gebleven en onderhouden.































 










Vandaar door het lege landschap van akkers en bossen, over de kleinste weggetjes die we kunnen vinden, naar de begraafplaats van Bouillonville gereden. Dat is een heel eind weg. 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We hadden nog een heel programma maar het spontane museumbezoek deze ochtend heeft het oorspronkelijke programma een beetje in de soep gegooid. Maar wel blij dat we dit zo gedaan hebben.

Net voor Bouillonville komen we langs St. Benoît-en-Woëvre. Daar staat de ruine van een voormalige abdij. Hier zie je de foto inclusief directe omgeving. Dit is geen omrijden waard.












 

De Duitse begraafplaats van Bouillonville ligt tegen een heuveltje. In 3 etages. Met een prachtig monument in het midden. De rode herfstbladeren zijn een kadootje. Stemmig.










 










En dat was hem weer. Op naar de volgende.