Als verjaardagscadeautje neem ik Walter een dagje mee naar de highlights van de Somme. Eer paar jaar geleden zijn we naar Ieper geweest en dat was een interessant en leerzame dag. En nu gaan we weer, maar naar een ander gebied.
We volgen grofweg de lijn van 1 juli 1916 naar noord naar zuid.
We beginnen daar waar ik ook ooit mijn eerste schreden op de Somme zetten, het Sheffield Memorial Park. Daar waar de Accrington en Barnsley pals niet veel verder kwamen dan no mans land. En waar je vanuit de Britse loopgraven naar de Duitse linies kijkend, links en rechts de slagveld cemetries ziet liggen. Dat zet de toon.
Van daar is het een klein stukje naar de Hawthorne crater, Sunken lane, het Schotse kruis en een van de Hawthorne ridge cemetries. Dit gebied is vergeven van de Britse begraafplaatsen. Een Engelse gids legt een en ander uit aan een groepje luisteraars en deze zullen we nog een paar keer tegenkomen deze dag.
Uiteraard brengen we een bezoekje aan de krater zelf.
Ik ben lang niet meer in het Beaumont-Hamel Newfoundland memorial park geweest. Bij de entree 2 alleraardigste Canadese studenten die hier voor een paar maanden gasten verwelkomen en van informatie voorzien. Het park ligt er prima bij, op en top verzorgd. Het stukje originele slagveld, de bewaarde loopgraven, Y-ravine, Hunters cem, Y-Ravine cem etc. De paden zien er nieuw uit. Veel nieuwe informatiepanelen. Alleen Danger tree... tja.
Een kudde schaapjes ligt te rusten in de schaduw van de bomen.
Het bezoekerscentrum is klein maar informatief.
Ik heb in 2008 nog de originele Danger tree gezien (althans, het was een echte, dode boom), Nu staat er een hard plastieken dubbelganger. Ziet er niet uit vind ik.
| 2008 |
Blij dat ik er weer een keer ben geweest. We gaan net buiten het park, op een picknick tafel onder de bomen lunchen. Het is lekker weer.
Via de restanten van een Duitse observatiepost (niet veel van over) lopen we even de Ulster toren binnen. Het memorial voor de Ieren die aan de Somme gevochten hebben. Het ligt er vol wreaths, zoals overal vandaag. Leftovers van de 110 jarige herdenking van de 1e juli.
Op naar de Glory Hole bij La Boiselle, Îlot voor de Fransen, Granathof voor de Duitsers.
Hier hadden de Duitsers zich zwaar verschanst en waren er loopgraven, dugouts en tunnels gemaakt in de kalk. Veel tunnels. De Britten waren ook volop aan het tunnelen. Er ontstond een intense mijnenoorlog. Dit stukje slagveld ligt er nu vredig maar ook pokdalig bij.
In 2011 ben ik er naar een open dag geweest tijdens de toenmalige opgravingen door het team van Peter Barton. Er ontstond wrevel tussen het Britse team en de eigenaresse van de grond.Volgens mij omdat de Fransen vonden dat het team vooral aan de Britse overblijfselen dacht en minder aan de Fransen c.q. Duitse.
Nu ben ik na 15 jaar terug. Er is nog een vereniging actief. Er staan verschillende borden en het ziet eruit alsof er nog steeds wordt gewerkt. Onder de grond dan waarschijnlijk. We lopen wat rond over het terrein. De ingang naar een tunnel is nog aanwezig maar is uiteraard afgesloten. Mooi overblijfsel van een vreselijke tijd.
Lochnagar crater ligt op een steenworp afstand. De grote mijnkrater, 30 meter diep, 100 meter diameter. Privébezit. Gekocht om te voorkomen dat de krater dichtgegooid zou worden. Ook deze site is verrijkt met informatieborden. En een mobiel souvenir- en drankwinkeltje.
Een bezoekje gebracht aan de Duitse begraafplaats bij Fricourt. Walter het verschil in aanpak van begraafplaatsen laten zien tussen Britten en Duitsers. Verschil in cultuur, religie en overwinnaar en verliezer.
Een Engel.
Dan het Devonshire trench cemetry. Een must als je voor het eerst aan de Somme bent. Terwijl we het informatiepaneel bekijken worden we ineens aangevallen door agressieve wespen. Ik word nog gestoken door een van die klojo's.
Toch nog de begraafplaats kunnen bekijken. En de shrine op de burger begraafplaats van Mametz waarmee alle ellende begon. Daar stond het machinegeweer dat de Devonshires te grazen nam. Alle Devonshires hier zijn op 1 juli 1916 gestorven en 's avonds in hun trench begraven.
Uiteraard heb ik Walter ook het memorial voor de 38th Welsh division laten zien. Een traktor stond in de weg, we moesten een weg vinden via een zijweggetje via asfalt, toen zand, toen gras. Maar we zijn er. Daar kwam even na ons weer de gids van vanmorgen met zijn groepje aanzetten.
Na het laatste bezoek vorig jaar kun je zien dat de draak weer is opgekuist en een likje verf heeft gekregen.
Als laatste wilde ik nog een vervallen monumentje op de voormalige begraafplaats van het 111e RIR zien. Het is inderdaad vervallen en, erger nog, het staat op privéterrein. Wel een foto kunnen maken door het hek heen. Het monument staat nog op zijn plaats, de graven niet meer. Op de plaats van de voormalige graven staat nu een stal.
En dan een biertje en een hapje op het Place des Héros in Arras.
Dat was weer een mooie en lange dag aan de Somme. Ook ik heb weer een paar nieuwe zaken ontdekt of opnieuw gezien.
Á la prochaine.