Dit weekend zijn we weer naar Frankrijk geweest. Een dag naar de Chemin des Dames en een dag naar de Champagne. Hele weekend lekker weer, 20+ graden en vooral zaterdag zonnetje.
Tijdens de voorbereiding voor deze dagen heb ik de site van 'Pierre Grande Guerre' weer eens geraadpleegd. Peter is inmiddels overleden maar andere gepassioneerde loopgravers hebben zijn levenswerk kunnen behouden. Chapeau! Een paar oudere foto's komen
van deze site, andere komen van het Franse forum en uit Traces de la
Grande Guerre van J.S. Cartier.
De Chemin des Dames is een lange rechte weg over een heuvelrug die speciaal is aangelegd voor de dochters van Louis XV zodat zij van de regio Parijs naar familie in Vauclair konden reizen.
Op
de Chemin des Dames is de hele eerste wereldoorlog gevochten maar
het is met name berucht geworden in 1917, vanaf de start van het 'Nivelle offensief' op 16 april 1917. Op 23 april moest Nivelle
op bevel van president Poincaré hoogstpersoonlijk de strijd staken. Dit
offensief was een gehaktmolen van menselijk vlees, met een geschat
aantal doden en gewonden van 300.000 in totaal aan beide kanten.
In één week.
Met nauwelijks terreinwinst.
Er ontstond muiterij onder de manschappen. De poilu's wilden niet meer aanvallen.
Het lied La Chanson de Craonne, een aanklacht tegen de oorlog, werd in deze tijd bekend:
Adieu la vie, adieu l'amour,
Adieu toutes les femmes.
C'est bien fini, c'est pour toujours,
De cette guerre infâme.
C'est à Craonne sur le plateau,
Qu'on doit laisser sa peau.
Car nous sommes tous condamnés,
Nous sommes les sacrifiés.
Dit lied was lange tijd verboden in Frankrijk, formeel zelfs tot en met 1974.
Het
kostte Nivelle de kop waarna Pétain het overnam. Hij moest de rust in
het leger terugbrengen en wist met een gericht offensief bij Malmaison
dit drama met een 'winstje' af te ronden. Eind oktober 1917 waren de
offensieven voorbij. In juli 1918 namen de Duitsers de hele terreinwinst
in 6 uur tijd weer in. Om kort daarna voorgoed te worden verdreven door
de geallieerden, inclusief de Amerikanen.
C'est parti.
Na een lange rit beginnen we bij Laffaux, met monument voor de Crapouillots in de vorm van een loopgraaf mortier.
Vandaar naar het monument voor de Marokkaanse Régiment d'Infanterie Coloniale du Maroc (RICM).
Fort
de Malmaison. Het fort is dicht maar er tegenover liggen in de bossen
verschillende cavernes, creutes in het plaatselijk dialect. Er zijn in
deze omgeving wel 100 cavernes en ze worden al sinds de middeleeuwen
gebruikt, bijvoorbeeld voor de bouw van huizen. De Abbaye de Vauclair is
gebouwd met de stenen uit de Caverne du Dragon. En in de oorlog zijn de
creutes veelvuldig gebruikt door de soldaten. Je vindt er vele
fresco's en teksten.
In
het bos tegenover het fort ligt een grote creute met verschillende
ingangen. We vinden een ingang en gaan naar binnen. Pikkedonker en een
doolhof. We hebben wel een lantaarn bij maar durven ook maar zó ver te
gaan zonder te verdwalen. We zien niet veel bijzonderheden. Een roestig
soort bak, misschien uit de eerste wereldoorlog, misschien van er na.
We
rijden verder naar het monument voor het 27e Battalion Chasseurs d'Alpines. Een flinke wandeling, langs een steile wand waarlangs de
Fransen hebben moeten klimmen. Het monument ligt in een keurig bijgehouden parkje met
zelfs een picknick tafel. Er zijn overigens geen andere bezoekers
en ik vraag me af of er hier veel komen. Vanaf het monument kijk je de diepte in naar de vlakte waar de Fransen lagen. Deze steile hellingen
waren het werkterrein van de Chasseurs d'Alpines en ze hebben de
bestorming succesvol volbracht.









Dan
het Duitse monument van de 13e Reserve Division,
vlakbij het village détruit Courtecon. Deze divisie lag hier vanaf 14
september 1914 tot eind oktober 1915. Het monument ligt wat achter het
front op een schitterende locatie, aan de rand van een akker, met zicht
op de Chemin de Dames zelf. Deze plek was ook een observatiepost.
Het
is niet meer in beste staat. Op het monument zijn diverse teksten
aangebracht. De tekst aan de voorkant luidt: "Den gefallenen der 13.
Res-Division gewidmet von ihrem kommandeur und ihren kameraden 1914-15".
Op de grond ligt een gebroken plakkaat met een Franse vertaling van de Duitse
tekst op het monument: "Aux morts de la 13e Division de Réserve
1914-1915 leur commandant et leurs camarades”. Bijzonder want de
Duitsers hebben het plakkaat met Franse tekst er gelijk met de
oprichting in 1915 zelf op geplaatst. Op de achterkant heeft ook een
tekst gestaan: "Habitants, respectez ce monument élevé à la mémoire de
braves soldats tombés sur le champ d’honneur". Alleen de laatste woorden
zijn nog zichtbaar. De adelaars aan de zijkanten zijn al lang geleden
onthoofd. Op één adelaar zijn na de oorlog teksten gekerfd. Op een oude
foto zie je de soldaten aan de voorkant van het monument staan. Dat is
nu een en al bos.




Schitterende lunchplek. Boyz will be boyz.
In
de oorlog was er in de omgeving van Courtecon nóg een monument gebouwd
door de 13e Reserve Divisie. Deze is helaas niet meer bewaard gebleven.
We
zijn uiteraard ook in de Caverne du Dragon geweest, Drachenhöhle. Voor
de oorlog heette deze plek bij de plaatselijke bevolking nog de Creute
d'Hurtebise. Na de oorlog is de Franse vertaling van de Duitse naam
blijven hangen. Er is zwaar gevochten om het bezit van de caverne, het ging soms naar de Duitse en soms naar de Franse kant. En ook zaten ze er een aantal weken allebei tegelijk. Volgens de gids was er geen sprake van verbroedering in die weken maar maakten ze elkaar het leven ook niet te zuur. Het leven ondergronds was niet aangenaam. Altijd 12 graden (dat was in de winter van 16-17 overigens wel beter dan buiten toen het wel -25 graden kon worden), altijd vochtig, altijd op je hoede zijn.
Volgende keer ook eens de Carrière de Froidmont bezoeken.
Abbaye
de Vauclair. Er was een Vlaamse filmploeg bezig een video op te nemen voor de abdij van
Grimbergen. Vorig jaar stond het achterste gedeelte achter hekken in
verband met een restauratie. Nu is de restauratie gereed. Mooi
schoongemaakt en hersteld waar nodig. De Duitsers hadden zich in deze
abdij verschanst en het is door de Fransen verder in puin geschoten.
Even langs Napoleon.
En
uiteraard naar het vervallen, maar nog steeds in gebruik zijnde,
begraafplaatsje bij Vieux Craonne. Behalve het graf met de pop voor het
jong overleden meisje in 1897 en het graf van schrijver Yves Gibeau is
ook Haïm Kern er in 2024 nog begraven. Haïm Kern heeft het kunstwerk
gemaakt dat eerst op het plateau de Californie stond, maar nu op het
terras voor het museum. Daar staat het nu overigens tussen hekken, alsof
je elk moment door het terras kunt zakken?
De observatietoren op het plateau de Californie beklommen.
Tenslotte
naar het monument voor de Chars d'Assault, een monument voor de tank
gevechten. Hier werd de Franse tank voor het eerst ingezet.
De
eerste dag zit er op. We rijden naar het hotel in Bezannes, ten zuiden
van Reims. Receptioniste was niet heel vriendelijk maar ik kon haar
Frans wel redelijk verstaan. De uren aan Franstalige podcasts beginnen
hun vruchten af te werpen. In de buurt was niet veel te doen, gelukkig
konden we er vlakbij eten. Hele aardige bediening. Het valt niet altijd
mee om je Frans te oefenen. Als ze je zien stuntelen gaan ze gewoon over
naar het Engels. Dat is wel eens anders geweest. We waren de eerste en
gingen als laatste weg. Toch nog één laatste Irish Coffee.
Na een authentiek karig Frans ontbijt gaan we weer op pad, de Champagne in.
De gevechten in de Champagne in de winter van 1914-1915 waren gericht op het doorbreken van de Duitse linies en concentreerden zich rond de dorpen Souain, Perthes-lès-Hurlus en de hoogten bij Massiges. In
drie maanden tijd (tot 18 maart 1915) leden de Fransen meer dan 90.000
verliezen, waarvan circa 21.500 gesneuvelden, zonder noemenswaardige
strategische winst. In september 1915 lanceerde de Fransen weer een groot offensief om de Duitse linies te doorbreken. De heuvelrug "Main de Massiges" werd na hevige gevechten door Franse koloniale troepen veroverd op de Duitsers. Ook bij de boerderij van Navarin vonden verwoede gevechten plaats.
Ondanks
honderden aanvallen en het veroveren van de eerste Duitse linies,
faalde het uiteindelijke doel: de doorbraak. De verliezen waren enorm
(25 september 1915 wordt beschouwd als een van de bloedigste dagen voor
het Franse leger).
Na 1915 veranderde het front in een chaos van loopgraven, kraters en prikkeldraad. Dorpen als Perthes-lès-Hurlus, Tahure en Mesnil-lès-Hurlus waren volledig van de kaart geveegd.


De gevechten rondom Souain zijn berucht om de "Affaire des caporaux de Souain"
(1915), waarbij vier willekeurig gekozen Franse korporaals als
voorbeeld werden geëxecuteerd na een mislukte aanval. Dit was de
inspiratie voor het boek Paths of Glory, later verfilmd met Kirk Douglas.
We
gaan naar een paar monumentjes bij Aubérive. Terwijl we daar staan
stopt er een Franse man en begint enthousiast te vertellen. In het Frans en, op mijn
verzoek, in een tempo dat ik het kan begrijpen. Hij is ook gepassioneerd
voor de eerste wereldoorlog en komt hier uit het dorp. Hij gaat ook
ondergronds en zo, met touwen. Mij niet bellen. Hij vertelt over Prince
Henri de Polignac, Hij wordt hier op het monument vernoemd. Behalve
kapitein was hij een nazaat van de oprichters van het Champagnehuis
Pommery.
De Franse man wijst ons op een klein loopgravenstelsel, 50 meter verderop, dat een
lokale vereniging hier heeft uitgegraven. Hij reed een stukje door om
ons op te wachten en de loopgraven aan te wijzen. Tijdens de bouw van de
grote silo's die hier net achter staan, stuitten ze op deze loopgraven.
Een ieniemienie Main.
Wat een aardige man.
Daarna naar de stelling voor het grote kanon. Het koren staat alweer een stuk hoger dan vorige keer.
En
de Russisch-Orthodoxe begraafplaats. Er waren hier 2 Russische brigades
actief die de Fransen tot aan de Russische revolutie hebben bijgestaan
Even langs de 3 Franse monumentjes voor de Zouaven, de 354 en de onbekende stèle
Dan
de Ferme de Wacques. Er ligt een dame in het gras onder een boom een
boekje te lezen. Een minuut later komt er een andere bezoeker vanachter
het monument vandaan. En daarachter een stuk of 30 andere wandelaars. Ze
wandelen verder en de rust is wedergekeerd. We besluiten dat dit een
top plek is voor de lunch.
De
koolzaadvelden zijn uitgebloeid. Geen gele velden meer. Jammer. Als we
langzaam het witte kalkpad terugrijden naar de weg komen we daar ineens
Marij en Louis tegen. Dat is wel heel toevallig!
We
maken spontaan een ommetje langs de Blanc-Mont, een hoogte met een Amerikaans monument en daar omheen bomkraters en sporen van loopgraven. Hier stond een
Duitse observatiepost en deze werd op 3 oktober 1918 door de 2e US
Divisie veroverd. Er sneuvelden 6.000 Amerikaanse soldaten. Ze zijn
begraven op de grote Amerikaanse begraafplaats bij Romagne.
Via
Souain langs het militair terrein naar de Main. Dan kom je langs de voormalige Ferme de Navarin. De ferme is foetsie, er staat een kolossaal ossuarium. Het ossuarium is dicht
maar door de glazen voordeur kunnen we wel het kapelletje zien. In
tegenstelling tot een paar weken geleden hebben ze de informatieborden
langs het wandelpad om het ossuarium heen weer in de panelen geplaatst
Onderweg een vosje, hazen, een reetje, roofvogels gezien.
De
Main was weer fantastisch, maar nu zonder de gekleurde bloemetjes en
rondvliegende zwaluwtjes. Helemaal achteraan ligt nog een onontgonnen
stuk slagveld. Ze kunnen door. En als ze heel veel energie hebben is er altijd nog de Kanonenberg, hier niet ver vandaan. Ook daar is
het nog onontgonnen, mede vanwege de ondoordringbare bushbush.
Zoals het ook op de Main in 1990 was.
Ik zag een aantal zaken die ik vorige keer helemaal gemist had. Geen klein ding ook, een groot Duits 75 mm kanon.
Oh ja, in de kleine groeve net voor de Main? Daar liggen geen fossielen.
We gaan naar Maastricht. 'Mestreechter zoervleis' eten in Café Charlemagne op het Onze Lieve Vrouwe Plein. Vaste prik.
Dat was weer een heerlijk weekendje. Gelukkig was de A2 weer deels afgesloten en mochten we nog langer genieten van Goofy.