26
november 1914
Deze eerste dag hebben we een rondleiding gehad van Marij & Louis. De meeste informatie over het Bois de malancourt hebben we van hen gekregen.
Het front loopt eind 1914 min of meer langs de weg van Avocourt naar Malancourt. Aan Duitse zijde liggen eenheden van de 11. Reserve Division, o.a. RIR10 en aan Franse zijde eenheden van de 58e Brigade (3e en 141e RI). Hier liggen dus manschappen uit Breslau (het huidige Wroclaw, in Polen) tegenover manschappen uit Nice en Marseille.
Het front loopt eind 1914 min of meer langs de weg van Avocourt naar Malancourt. Aan Duitse zijde liggen eenheden van de 11. Reserve Division, o.a. RIR10 en aan Franse zijde eenheden van de 58e Brigade (3e en 141e RI). Hier liggen dus manschappen uit Breslau (het huidige Wroclaw, in Polen) tegenover manschappen uit Nice en Marseille.
![]() |
| Kaart Marij |
De 58e Brigade werd al
in het begin van de oorlog beschuldigd van nalatigheid, omdat zij de Duitsers zonder slag of stoot lieten installeren in de noordoostelijke rand van het
Bois de Malancourt. De eenheden uit de zuidelijke Franse departementen werden
door de hogere legerleiding sowieso met argusogen bekeken en kregen al gauw het
predicaat ‘laf’.
Op 14 november werden twee
luitenants van het 3e RI door de Duitsers gevangen genomen. Daarop krijgt de
Brigade het bevel om op 26 november 1914 een aanval uit te voeren op de Duitse
voorste linies. Hierbij wordt door de Fransen voor het eerst (of in elk geval
één van de eerste keren) een buislading van het type Bangalore torpedo gebruikt.
26
Novembre 1914 « La nuit se passe en préparatifs pour faire l’attaque au
petit jour. Vers 6h le Capitaine Rolland du 7e Génie fait exploser une tige
munie de 150 pétards pour faire la brèche dans le réseau ennemi, près de la
lisière du bois. Mais le terrain est fort glissant : les hommes de la section
franche qui doivent commencer l’attaque sont massés dans un boyau étroit en
face de la brèche, qui d’ailleurs malgré la grosse charge de mélinite employée
est encore encombré par des fils de fer tordus et des débris d’abatis. Mais dès
que les premiers hommes se montrent hors de leur abris ils sont assaillis par
un feu intense de mousqueterie et de mitrailleuses. Dans ces conditions
l’attaque ne peut déboucher ».
SHD
26N512/2 page 30
![]() |
| Foto Marij |
6
december 1914
De aanval mislukt. Er wordt
vervolgens een aanval met mijnen voorbereid welke op 6 december moet plaats
vinden. De Duitsers zijn echter verontrust door het nachtelijke Franse graven
en laten in de vroege ochtend van 6 december een eigen mijnlading springen,
gericht tegen de voorste Franse linie (Tranchée 6). De krater hiervan is nog
zichtbaar.
| Everzwijnen poetsen zich schoon na modderbad |
Tranchée 6 wordt door de Duitsers ingenomen waarbij een halve
compagnie Fransen zich krijgsgevangen laat maken. De Franse Brigade Generaal
geeft daarop de opdracht om koste wat kost de loopgraaf terug te veroveren en
laat versterkingen sturen uit Esnes. Door de Franse artillerie wordt aangegeven
dat zij geen mogelijkheid hebben om de aanval vanaf afstand te ondersteunen. Er
zal daarom eerst een aanval met een mortier plaats vinden vanuit de Franse
loopgraven. In de voorbereiding van deze mortieraanval blijkt dat geen van de
Franse militairen weet hoe het mortier moet worden bediend. Ook de
versterkingen uit Esnes laten op zich wachten. Uiteindelijk wordt de
tegenaanval pas in de vroege avond uitgevoerd. Drie Franse Compagnies worden
daarbij afgeslacht. Loopgraaf 6 is verloren. Generaal Gascuy van de 58e Brigade wordt
uit zijn functie ontheven en Lt. Col. Bize van het 141e RI krijgt tot
zijn pensioen een administratieve functie. De 7e Compagnie, die vrijwel geheel is
gevangen genomen, wordt als volgt gestraft :
Par l’ordre n°167 le Général cdt le 15e CA porte à la connaissance des
troupes la conduite de la 7e Cie du 141e qui le 6 décembre n’a pas épuisé tous
ses moyens de défense avant d’être fait prisonnière. Cette compagnie ne sera
pas reconstituée et prendra le n°6 bis. »
JMO
de la 58e brigade SHD 26N512/2 en date du 11 décembre 1914
De strijd in het Bois de
Malancourt concentreert zich vervolgens op de Ouvrage des 100 fusils (oftewel
‘sans fusils’, verwijzend naar de overgave van de 7e Compagnie van
het 141e RI).
| Attention! |
| Ook de bomen zijn niet ongeschonden uit de strijd gekomen |
| Stille getuige.. |
| 100 Fusils |
26
februari 1915: eerste inzet van de Flammenwerfer-Abteilung
Op 26 februari 1915 vindt een
Duitse aanval plaats op de 1e Franse linie, dus van de Layon Central over de gehele
breedte naar de Ouvrage des 100 fusils. Hierbij wordt de eerste keer de Duitse
Flammenwerfer-Abteilung ingezet. In de eerste oorlogsmaanden was wel een zgn.
Kleinflammenwerfer (oftewel Kleif) in gebruik, maar met weinig succes. Deze
Kleif werd door Reddeman doorontwikkeld tot een volwassen type en voor het
eerst ingezet in het Bois de Malancourt.
De
situatie op 26 februari 1915 :
« A
midi tir très violent de bombes allemandes sur les tranchées de 1ere ligne
(layon central, poilus, 100 fusil) et presque aussitôt après des flammes
envahissaient nos tranchées en produisant une fumée intense. Les hommes du bataillon
du 3e régiment qui les
occupaient s’enfuient en partie ; les autres sont ou brûlés, ou fait
prisonniers. Une résistance est organisée dans la position du barrage ou les
premiers éléments de l’ennemi sont arrêtés. Quelques patrouilles pourtant
arrivent à franchir le barrage ; elles sont repoussées par les feux de
flanquement des compagnies de réserve »
JMO
de la 57e brigade, 26 février 1915
SHD 26N512/1 page 37
Na de aanval is het front weer
een stukje opgeschoven. Het bezit van de oostelijke
bosrand van het Bois de Malancourt is van strategisch belang door het weidse
uitzicht. Het dorp is dan nog in Franse handen maar bevindt zich in
een zgn. saillant. In de bosrand bevinden zich een aantal Duitse
observatiebunkers.

| Uitzicht op de saillant, in Franse handen |
20
maart 1916
Het Bois de Malancourt vormt de
linker vleugel van de slag om Verdun. Het is van
strategisch belang voor het veroveren van Côte 304. Op 20 maart 1916 voeren de
Duitsers dan ook een grote aanval uit op het Bois de Malancourt. De Fransen
geven zich niet zomaar gewonnen. Om de “Poste d’Honneur” wordt twee dagen
strijd geleverd.
![]() |
| Foto Marij |
![]() |
| Foto Marij |
| Mortier granaat |
| Gaan open als ze in het zonnetje staan. Goed idee! |
| Duitse MG bunker, met vol bladerdek kun je hem niet zien |
| Alles onder controle |
| Schroot tussen de Duitse MG bunker richting Poste d'Honneur |
| Poste d'Honneur |
Tussen Poste d'Honneur en de Franse commandopost van het 258e RI liggen grote mijnkraters en volop herinneringen aan donkere tijden.
| Grote mijnkrater |
| Deur van...een trein? |
| Zinken watervaten? |
De
Franse Commandopost van het 258e RI wordt verlaten. Deze abri bevat nog een
paar mooie inscripties, zowel aan de voorzijde als binnenin.
Naar de namen aan de
binnenzijde is onderzoek gedaan maar hierover heeft men niets terug
kunnen vinden.
| ..?.. en Clary.. |
| Er staat 258eme DIVF 258 (niet op foto) |
Vlakbij deze bunker ligt de opgerolde huid van een recent gevild everzwijn. Blijkbaar is het verplicht dat jagers het pas geschoten wild nog in de bossen villen.
Duitse getuigenis van 20e maart 1916:
Dieser 20. März war allerdings ein kritischer Tag erster Ordnung. Die
bayerische 11. Division (Infanterie-Regiment Prinz Karl Nr. 3,
Infanterie-Regiment Nr. 25, Referve-Jnfanterie-Regiment Nr. 22), in vielen
Kämpfen erprobt, sollte, unterstützt durch zwei Bataillone des
Württembergischen Landwehr-Infanterie-Regiments Nr. 122 und ein Bataillon des
preußischen Reserve-Infanterie-Regiments Nr. 10 -unter Kommando des
Generalleutnants von Kneußl, dessen Stab der Schwiegersohn des Königs von
Bayern, Prinz Ferdinand von Bourbon, Herzog von Kalabrien, zugeteilt war, die
noch nicht besetzten Teile der Wälder von Avocourt und von Malancourt nehmen.
Es war dies im großen und ganzen die nach Verdun zu vorspringende
Waldspitze, welche bisher noch außerhalb der Einschließungslinie belassen war,
weil dorthin feindliche Artillerie ein Kreuzfeuer richten konnte. Bei dem
weiteren Vorgehen gegen Höhe 304, dem letzten großen Außenwerk der Franzosen,
durfte man diese Waldspitze nicht in der rechten Flanke lassen. War sie
erobert, so konnte die neu gewonnene Stellung als Ausgangspunkt für den Angriff
auf Höhe 304 benutzt werden. Um das Gelingen des Unternehmens gegen die
Waldspitze lag keine Sorge vor; ein Nachteil lag darin, daß nach erfolgtem
Sturm sich ein sehr schweres Feuer auf die Sieger ergießen würde. Es war daher
darauf aufmerksam gemacht worden, daß der Gebrauch des Spatens zum schleunigen
Eingraben und Umwenden der feindlichen Stellung von höchster Bedeutung war. Den
angreifenden Truppen gegenüber standen das 3. und das 111. französische
Infanterie-Regiment, von denen sich mehrfach Überläufer eingefunden hatten; das
erstgenannte Regiment hatte einen guten Ruf, der Wert der 111er wurde nicht
hoch eingeschätzt. — Um 9 Uhr früh begann das Wirkungsschießen gegen die beiden
Waldteile und die in ihnen befindlichen Stellungen. Der Feind antwortete mit
Zum Teil sehr schweren Geschützen von einem Kaliber von 28 Zentimeter, deren
Geschosse die besten Unterstände durchschlugen. Nach Fliegermeldungen — unter
den Fliegern befand sich der berühmte,
später abgestürzte Leutnant Boelke — hotten die Franzosen die
Verteidigungslinien hintereinander angelegt. Starke Reserven konnten sie nicht
heranziehen, da die deckungslose Hochfläche von Esnes von unserer Artillerie
bestrichen wurde. Der Angriff begann um 4 Uhr nachmittags. Da die
Fernsprechverbindungen zerstört waren, gingen die Meldungen langsam ein; in dem
Waldgelände war aus der Ferne von dem Fortschritt des Kampfes nichts zu sehen.
Bis 6 Uhr abends war es sicher, daß die Bayerische Division die ganze erste
Linie und die rechte Hälfte der zweiten Linie erobert hatte. Auf dem äußersten
rechten Flügel hatten die Württemberger unter Oberst Nick sich eines
kleinen Gehölzes, der sogenannten Achselklappe, bemächtigt. Das
Geschützfeuer tobte indessen weiter; der Angriff gegen die feindliche Stellung
im Walde war um so schwieriger, als die Hindernisse von der Artillerie nicht
planmäßig zusammengeschossen werden konnten und in dem dichten Gestrüpp die Führung
sehr erschwert war. Nach einer Pause von zwei Stunden, um 8 Uhr abends, hieß
es, die zweite Linie sei nunmehr vollständig in unserer Hand; es wurde die
Gefangennahme von 1000 Mann gemeldet. Nachdem noch die Nachricht angelangt war,
daß die ganze feindliche Brigade gefangen genommen worden sei und zwei kleine
Werke östlich des Waldrandes gefallen seien, kam endlich als höchst erfreuliche
Schlußmeldung, daß die Bayerische Division die ganze große Waldspitze erobert
hätte. Ein Brigadekommandeur, der Artilleriekommandeur, 58 Offiziere, 3800
Mann wurden als Gefangen eingebracht. Die diesseitige Verluste betrugen
gegen 800 Mann.
Generaal Pétain rapporteert aan
Poincaré over het 111e RI:
"qu'il savait que le régiment qui tenait le bois d'Avocourt n'avait pas
bon esprit, mais qu'il n'a pas voulu le déplacer pour ne pas donner une prime à
la lâcheté."
De
‘chef de bataillon’ Caucanas van het 111e RI stuurt de volgende repliek : "il y a eu également
erreur du commandant de la brigade, des modifications fâcheuses aux consignes
données précédemment. Mais le commandement ne reconnaît jamais ses fautes. On
rejette toujours tout sur ceux qui exécutent les ordres."
Het 111e RI wordt door
de hogere legerleiding ontbonden, zijn gescheurde vlag als een vod teruggestuurd
naar Antibes.
In 1922 vindt eerherstel plaats
en wordt de vlag alsnog bijgeplaatst in Les Invalides, tussen de andere vlaggen
van Franse regimenten die in WO1 gevochten hebben.
![]() |
| Foto Marij |
Het
front stabiliseert zich vervolgens: het Bois de Malancourt is in Duitse handen,
met uitzondering van de uiterste zuidelijke rand. In de zuidelijke rand vinden
we nog diverse sporen uit de oorlog. Een aantal Franse holen zijn heden ten
dage door dassen in gebruik genomen als dassenburcht.
| Vers uitgegraven zand bij een dassenburcht |
In
het Bois de Malancourt ontstaan vervolgens een aantal Duitse Lagers
![]() |
| Foto Marij |
![]() |
| Foto Marij |
![]() |
| Foto Marij |
26 september 1918
Het Bois de Malancourt wordt
bevrijd door Amerikaanse troepen van de 37e
en 79e
Divisie. Het offensief wordt voorafgegaan
door een artilleriebarage, in het open gebied tussen de oostelijke rand van het
Bois de Malancourt en Côte 304 worden tanks ingezet.
Van het bos is dan niet veel
meer over…….
![]() |
| Foto Marij, dit pokdalig landschap vind je in principe nog steeds teug |
Al wandelend door dit bos komen we allerlei sporen tegen zoals je hierboven hebt kunnen zien.
Een of ander raamwerkje. Uit een unterstand?
Richting abri
We slaan een pad in richting het voormalige Müller Lager
Een of ander raamwerkje. Uit een unterstand?
Richting abri
| Abri |
We slaan een pad in richting het voormalige Müller Lager
| Draad |
| Flessen |
| Gasmasker |
| Mokerhamer, ik schat het gewicht op zo'n 10 kilo |
| Granaten |
| Opgeblazen bunkers |
| Schroot |
| Mesh tin |
| Champagne! |
| Mortier granaat |
We waren al vroeg het bos in gegaan. De magen rammelen, we lunchen bij een unterstand.
We lopen terug naar de auto
| Deze uitheemse Grote Kruisdistel zou met Russische krijgsgevangen zijn meegekomen |
Wat een fantastisch bos was dit! Nog weinig aangetast door bosbouw. Marij heeft ons aan de hand van oude loopgraafkaarten het verloop van de strijd binnen dit bos laten zien en ons meegenomen naar de sporen die er nog resten. Zeer interessant en vermakelijk!
Als we het bos uitlopen, komen we uit op een kruispunt waar de Duitse treintjes een rangeerpunt hadden. In de huidige weg kun je dat nog steeds goed terug zien. Ook de spoortracé's kun je her en der nog terugzien in de verhoogde richeltjes in het bos
Wat verderop heeft een pionier kamp gelegen. Daar vinden we nog bijzonderheden die ik nog niet eerder ben tegen gekomen. Er liggen een flink aantal treinwagonnetjes waarmee waarschijnlijk goederen vervoerd werden
| Koppelstuk? |
Vlakbij liggen op een oud spoortracé nog rails en diverse Feldbahnschütte. Het doel van de Feldbahnschütte is niet helemaal bekend, wellicht werden ze gebruikt om de wagonladingen in over te kieperen
Dat was het einde van de eerste dag. En wat voor een dag! We nemen nog een afzakkertje bij Marij & Louis in Cheppy. En daarna naar Apremont voor het hotel. Daar nog een Arden, lekker eten, en vooral veel napraten. Super bedankt Marij & Louis voor een prachtige dag!
De volgende dag weer vroeg op. Bij l'Argonne Auberge krijg je altijd een lekker uitgebreid ontbijtje, onFrans gewoon. Dat stevige ontbijtje hebben we ook wel nodig. Want hoewel we gisteren een aardig eind gewandeld hebben, zal dat deze dag zeker niet minder worden.
We beginnen in Binarville. Daar willen we de route lopen die het Lost Battalion heeft gelopen begin oktober 1918. In het boek over de terugtocht van de Duitsers in de Argonne (Het Eindoffensief in de Argonne van Wim Degrande) kun je precies het verloop van de gebeurtenissen rondom dit beroemde verhaal nalezen. In eerste instantie zaten (delen van) hoofdzakelijk het 308e Batt. van de 77e Division een kort moment ingesloten bij de voormalige haubtverbandplatz nabij Totermann Mühle. Hier werden ze echter snel ontzet. Vandaar ging het verder richting de sterk verdedigde Duitse linies op Palette Pavillon en Hill 198. Daartussen loopt het beekje l'Homme Mort. De Fransen moeten Palette Pavillon veroveren, de Amerikanen Hill 198.
By the night of 2 October, after a long day of fighting, Major Whittlesey received information that the men had found a way up the right of Hill 198. At around this same moment the French experienced a massive counterattack by the Germans and were forced to fall back exposing the left flank of the 308th. The same occurred on the right flank with the other American Division, causing the 308th to be outflanked on both sides. However, they did not discover this until shortly after they reached the peak of Hill 198. The hill was now in their control; however, it was too quiet for Whittlesey. He realized that he could hear nothing of the 307th that was supposed to be on their flank. "Either they had broken through the line as well and reached their objective over there, or they had been licked and fallen back. The former would be good news for the 308th ... The latter, however, was unthinkable; orders forbade it..." (Wiki)
Whittlesey gelooft dus dat de flanken zijn doorgebroken en trekt zelf ook verder op. Deze doorbraak vindt plaats ergens halverwege de ochtend van 2 oktober. Achteraf bleek er een gat in de Duitse linies te zijn van wel 800 meter. Het weer is nevelig en de Duitsers op de tegenover elkaar liggende flanken van Palette en Hill 198 kunnen elkaar niet zien. De Amerikanen lopen over en rond Hill 198, tot onder de flank van de D66 bij het beekje Charlevaux. De Duitsers noemden dit Müller-Grund. Daar stoppen ze, zetten patrouilles uit naar de flanken en achtervolgende troepen. De Duitsers op Palette Pavillon sturen een patrouille naar Hill 198 en ontdekken dat de hele flank onbezet is en mitrailleurnesten leeg. Ze zien enkele dode Duitse soldaten en een dode Amerikaanse soldaat van het 308e Batt. Maar waar is iedereen? De Duitsers rukken in allerijl troepen aan om het gat te dichten. Al snel komen ze er achter dat een groep Amerikanen is doorgebroken, ze weten nog niet dat het om een hele grote groep van 554 man gaat. Bij de Duitsers werd deze groep het 'Amerikanernest' genoemd.
Als de Amerikaanse legerleiding er achter komt dat er een grote groep manschappen achter de linies vast zit proberen zij deze te ontzetten. Dat mislukt telkens, de verdediging is te sterk. Zowel de Fransen op Palette als de Amerikanen op Hill 198 komen er niet doorheen. Ondertussen proberen de Duitsers (o.a. LIR 122) het Amerikanernest te vernietigen of tot overgave te dwingen. Zij verzetten zich echter hardnekkig, ondanks de uitzichtloze situatie.
De omsingeling duurt van 2 tot en met 7 oktober 1918. De manschappen hebben geen eten of drinken meer. Maar geven niet op. De Amerikaanse vliegtuigen droppen noodhulp maar dit komt bij de Duitsers terecht. De artillerie beschiet zelfs de eigen troepen in 'the Pocket' waarop Whittlesey de beroemde duif Cher Ami de boodschap naar het achterland laat overbrengen om hier onmiddelijk mee te stoppen (for heavens sake stop it).
Inmiddels hebben andere troepen en de pers er lucht van gekregen. Het is de legerleiding er alles aan gelegen om de troepen te bevrijden. Uiteindelijk is het niet te danken aan een doorbraak van de geallieerden dat het Lost Battalion wordt ontzet maar aan de terugtrekking van de Duitsers naar een nieuwe verdedigende stelling omdat de druk op de flanken (buiten het bos van de Argonne dus) te groot is.
Het Lost Battalion wordt bevrijd op 7 oktober. Om 19.00u verschijnen er Amerikaanse soldaten aan de oostzijde van het dal, terwijl even ervoor nog een aanval van de Duitsers met vlammenwerpers is afgeweerd. Uiteindelijk konden er nog 194 soldaten het ravijn uit wandelen, de rest was gewond, dood, vermist, krijgsgevangen. Whittlesey wordt als een held onthaald, hij krijgt o.a. de Medal of Honor. Een weelde die hij niet kan dragen. In 1921 verdwijnt hij terwijl hij op een cruiseship midden op zee vaart. Men vermoedt dat hij is gesprongen.
![]() |
| Foto internet |
![]() |
| Deel van Lost Batt eind oktober 1918 bij Apremont (foto Wiki) |
![]() |
| rechts Maj. Whittlesey (foto Wiki) |
We weten dat we niet heel veel sporen meer gaan vinden van dit heldenverhaal. Maar we willen de tocht van de Amerikanen ter hoogte van Palette/Hill 198 richting the Pocket nalopen. Gewoon om een gevoel te krijgen bij wat zich daar heeft afgespeeld.
We kijken eerst rond bij de Haubtverbandplatz met nog steeds de restanten van een bed (hoewel dat weer minder is geworden) en gaan dan naar Palette.Op Palette vindt je nog een paar bunkers op de heuvel en in de bossen richting dal (niet gezocht)
Vandaar richting beek gelopen en over de soms steile flanken van Hill 198 verder getrokken. Maar goed dat het prachtig weer is, als het regenachtig en glad zou zijn, zou ik deze wandeling zo laag op de flank niet hebben gedaan maar gewoon hoger over de flank richting top zijn gelopen. Vanuit hier werd de tegenoverliggende flank van Palette met mitrailleurs gedekt.
| Prikkeldraad Duitse verdedigende stelling |
Dan komen we aan in the Pocket. We moeten eerst nog even de Charlevaux oversteken.
Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Hoewel het pas eind maart is moeten we ons eerst door een dichte haag van struikgewas en doornstruiken heen worstelen om tot de noordwand van het ravijn te komen, net onder de weg. Eenmaal daar aangekomen even rustig gezeten en alles laten inwerken. Je ziet nog een paar restanten van funk holes, meer niet. Op de noordwand kun je goed rondlopen, wel veel bladeren op de grond.
Omhoog gelopen naar de D66 en naar het monument
Daarna om het Charlevaux meertje heen gelopen en via Palette, aan de andere kant van l'Homme Mort terug. Vanuit hier werd de hele flank van Hill 198 met mitrailleurs gedekt.
Dat was een hele wandeling, en niet eentje uit de beginnerscategorie. Op naar Flabas naar het Bois Juré. Toch wel bijna een uurtje rijden dus de lunch wordt in de auto genuttigd. Wel beetje jammer van het weer.
Het Bois Juré was één van de uitvalsstellingen voor de aanval op Verdun op 21 februari 1916. Vanaf hier ging het o.a. richting Bois des Caures met Col. Driant. Een van de vorige keren hebben we het Bois des Caures al verkend met al zijn bunkers met dierennamen. Vandaag volgen we de loopgraven van het Bois Juré, waar op sommige stukken de Franse en Duitse loopgraven vlak bij elkaar liggen.
Wat gelijk opvalt aan de Duitse kant van dit bos zijn de enorme hoeveelheid loopgraven en de diepte ervan. Ook veel stollen. Je kunt je goed voorstellen dat hier enorm veel soldaten verzameld werden voor de grote aanval. Aan de Franse kant zie je ook loopgraven maar niet zo diep en ook veel minder. De Fransen waren aanzienlijk minder goed voorbereid als hun tegenstander.
| Prikkeldraad versperringen deels nog aanwezig |
Dit lijkt wel op een loopgraafdeur. Een houten staander met spijkers en er tegenover een stalen bevestigingsraamwerk. Ze zitten op ongelijke hoogte, dat spreekt dan weer niet voor een loopgraafdeur.
Dan de Franse linies. Vlakbij de Duitse en in ieder geval de restanten zijn veel ondieper
Met weer veel indrukken in de auto gestapt om nog even naar het Camp de Représailles te gaan in Flabas. Al vaak langsgereden, nog nooit eens gaan kijken. Het was een Vergeldungslager waar Franse officieren werden vastgehouden als protest tegen het feit dat de Fransen Duitse krijgsgevangenen binnen een schootsveld van 30 kilometer van de frontlinie vast hielden.
Vanuit Flabas naar dit kamp passeer je aan de linkerkant een kerkje dat over een stroompje is gebouwd.
En tenslotte zie je in Flabas zelf nog een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van het kamp
En dan zit het er weer op. Het waren weer twee volle dagen met enorm veel indrukken, prachtig weer en gezelligheid. Nagenieten. Via het Onze Lieve Vrouwepleintje weer terug naar huis. Alvast plannen maken voor de volgende keer.












